Vrouwelijk universitair personeel

Het aantal vrouwelijke afgestudeerden aan de universiteiten is inmiddels gegroeid tot zo'n 50%. De verwachting is dat dat zijn effect heeft op het aandeel vrouwen binnen de verschillende wetenschappelijke functies.

Aandeel vrouwelijk universitair personeel

Aandeel vrouwelijk universitair personeel per functiecategorie
OBPWP-totaalHoogleraarUHDUDOverig WPPromovendi
200044,927,36,310,722,433,541,4
20014527,97,111,222,733,940,9
200245,529,28,113,723,335,341,3
200345,729,98,514,224,535,141,5
200446,1319,314,22736,441,4
200547,5329,915,72837,241,5
200647,732,710,416,4293842
200748,733,411,217,130,338,542,4
200849,534,611,618,131,340,443,6
200950,235,712,319,232,241,245
201050,536,713,320,533,142,545,8
20115137,614,721,634,842,846,2
20125238,115,622,435,943,845,5
20135338,416,324,536,943,745,3
201453,338,717,225,837,74444,8
201553,739,118,126,839,144,544,4
201654,539,719,127,939,845,544,3
201754,94020,82941,24544

Binnen het wetenschappelijk personeel is het aandeel vrouwen het hoogst bij de groepen die het dichtst bij de afstudeerfase zitten, namelijk de promovendi en het overig wetenschappelijk personeel. Met het stijgen van de academische ladder neemt het aandeel af. Het aandeel is het laagst bij de hoogleraren met 21% eind 2017. Wel laat binnen het wetenschappelijk personeel, elke groep sinds 2000 een stijging in het aandeel vrouwen zien. Deze stijging is het sterkst bij de hoogleraren en de UHD's. Bij de promovendi is de laatste jaren steeds een daling zichtbaar in het aandeel vrouwen, van 46 procent in 2011 naar 44% in 2017.

VSNU / WOPI Brontabel als csv (753 bytes)