De figuur laat zien hoeveel onderzoekscapaciteit van het wetenschappelijk personeel de universiteiten jaarlijks inzetten en wat de ontwikkeling van die capaciteit is.

Universitaire onderzoekscapaciteit alle geldstromen in fte
Totaal
200014586
200114918
200215203
200315661
200416001
200516579
200616647
200716511
200817647
200918327
201018898
201119682
201219588
201319904
201420419
201520736
201620607

De totale onderzoekscapaciteit van de universiteiten laat een regelmatige opwaartse trend zien over de periode 2000-2015. In 2007 en 2012 is er een dip, en ook 2016 laat een lichte daling zien. Deze daling in 2016 is voornamelijk het gevolg van een afname in de onderzoeksinzet in de derde geldstroom (contractonderzoek).

VSNU / KUOZ Brontabel als csv (213 bytes)
Universitaire onderzoekscapaciteit per geldstroom in % van het totaal
Eerste geldstroom (%)Tweede geldstroom (%)Derde geldstroom (%)
200051,820,627,6
20015121,427,6
2002502327
200348,323,927,8
2004482428
200547,324,927,7
200646,924,628,5
200745,824,230
200846,823,629,6
200945,823,231
201044,723,431,9
201142,924,732,4
201242,52532,5
201342,825,531,7
201442,625,432
20154324,732,7
201643,92531,1

De onderzoekscapaciteit kent een drietal financieringsbronnen: de eerste geldstroom, als lumpsum afkomstig van de Rijksoverheid, de tweede geldstroom, afkomstig van de financiering van projecten en programma's door de wetenschapsfinancier NWO en de derde geldstroom, het onderzoek dat uit verschillende publieke en private bronnen, nationaal en internationaal, wordt gefinancierd.

In de periode 1997-2011 vertoont het WP1 (eerste geldstroom) als aandeel van de totale onderzoekscapaciteit een dalende trend, terwijl de aandelen van het WP2 (tweede geldstroom) en het WP3 (derde geldstroom) in deze periode beide toenemen. Er zijn in de tussenliggende jaren wel wat schommelingen. Vanaf 2011 lijken de aandelen van de verschillende geldstromen te stabiliseren. In 2016 neemt het aantal FTE onderzoeksinzet in de derde geldstroom af terwijl de eerste en tweede geldstroom licht toenemen. Hierdoor daalt de derde geldstroom (o.a. contractonderzoek) als aandeel van de totale onderzoekscapaciteit.

VSNU / KUOZ Brontabel als csv (398 bytes)