Het hoger onderwijs, bestaande uit universiteiten, universitaire medische centra en hogescholen, is een belangrijk onderdeel in het nationale wetenschapssysteem met bijna eenderde van het totale onderzoek in Nederland.  

Toenemende onderzoekscapaciteit en verschuivende geldstromen

De onderzoekscapaciteit van de universiteiten is vanaf 2000 toegenomen (42% in de periode 2000-2016). Er heeft een sterke verschuiving plaatsgevonden tussen de verschillende geldstromen: het aandeel van de tweede en derde geldstroom is toegenomen, dat van de eerste geldstroom is afgenomen. Vanaf 2011 is er sprake van een stabilisatie van de verdeling van de totale onderzoekscapaciteit naar geldstromen.

Toename van de onderzoeksoutput

Tegelijkertijd neemt ook de output van de universiteiten, in de vorm van wetenschappelijke publicaties en dissertaties, toe. Het aantal wetenschappelijke publicaties stijgt in de periode 2000-2016 met 36% en het aantal dissertaties stijgt met 109%.

Wisselende veranderingen in de leeftijdscategorieën per functiecategorie

Bij de hoogleraren neemt het aandeel in de leeftijdscategorie tot 40 jaar in de loop van de jaren licht af. Bij de universitair hoofddocenten (UHD) en het overig wetenschappelijk personeel (overig WP) is er een lichte stijging, terwijl er bij de universitair docenten (UD) een duidelijke stijging zichtbaar is van het aandeel tot 40 jaar.

Toenemend aandeel vrouwelijk wetenschappelijk personeel

De verschillende categorieën van wetenschappelijk personeel laten in de loop van de jaren een stijging zien in het aandeel vrouwen. Wel is er sprake van een afname van het aandeel vrouwen bij elke hogere functiecategorie. Het aandeel vrouwen is het laagste bij de hoogleraren en het hoogste bij de promovendi het overig wetenschappelijk personeel. 

Toenemend aandeel vrouwelijke gepromoveerden

Met een toename van het aantal promoties (van 1.900 in het academische jaar 1990/91 tot 4.747 in 2016/17) neemt ook het aandeel vrouwelijke gepromoveerden toe. Van 18% tot 48% in dezelfde periode. Ook als aandeel van de leeftijdsgroep 25-34 jarigen neemt het aandeel gepromoveerden in Nederland toe en maakt Nederland een inhaalslag ten opzichte van andere landen.