R&D-personeel als deel van de beroepsbevolking

Om de omvang van het R&D-personeel, en de onderzoekers daarbinnen, in perspectief te zetten, kan gekeken worden naar het aandeel ervan binnen de beroepsbevolking. Hierdoor kan de omvang van het R&D-personeel ook internationaal worden vergeleken.

R&D-personeel

R&D-personeel als promille van de beroepsbevolking, 2018 (of dichtsbijzijnde jaar)
Overig RenD-personeelOnderzoekers
DEN615,2
FIN4,413,7
KOR3,314,7
OOS6,711,2
BEL6,211,4
NED6,710,4
ZWE3,113,8
NOO4,412,3
DUI6,310
IER4,611
ZWI6,78,7
FRA4,910,3
EU155,39,1
VK4,89,2
JAP3,210
EU284,88,4
AUS4,18,6
ITA6,65,4
CAN3,57,9
SPA3,86,1
CHN3,12,3

Nederland zit in 2018 boven de OESO- en EU-gemiddelden, zowel wat betreft het totale R&D personeel als onderzoekers. Denemarken heeft het grootste aandeel R&D-personeel (onderzoekers en overig R&D-personeel samen) per 1000 personen beroepsbevolking. Denemarken heeft ook het grootste aandeel onderzoekers. Finland, Korea en Noorwegen volgen.

Data voor eerdere jaren laten sinds 2011 een toename zien voor het merendeel van de landen in zowel het aandeel R&D-personeel als het aandeel onderzoekers. Opvallende uitzonderingen zijn Finland en Luxemburg, waar een dalende trend zichtbaar is bij zowel het R&D-personeel als de onderzoekers. Landen met een sterke groei van van het totale R&D-personeel zijn bijvoorbeeld Belgie, Oostenrijk, Noorwegen en Zuid-Korea. Het aandeel onderzoekers neemt sterk toe in onder meer Zweden, Zuid-Korea, België en Nederland.

In 2011 zat het aandeel onderzoekers per 1000 personen beroepsbevolking in Nederland nog onder het OESO- en EU-15 gemiddelde. Nederland stond toen op de 20e plek in de vergelijking met andere landen. Sinds 2011 is het aandeel onderzoekers in Nederland sterker gestegen dan in een aantal andere landen. Dit is vooral dankzij een toename van het aantal onderzoekers in de bedrijvensector. Nederland komt in 2018 op de 6e plaats uit.

OESO/MSTI Brontabel als csv (318 bytes)