Om een internationale vergelijking te kunnen maken, worden de R&D-uitgaven in de verschillende sectoren uitgedrukt in % van het BBP. 

R&D-uitgaven in % BBP naar uitvoerende sector, 2016 (of dichtsbijzijnde jaar)
ResearchinstellingenHoger onderwijsBedrijven
ZWI0,080,902,40
ZWE0,120,872,26
JAP0,280,392,47
OOS0,160,732,20
DUI0,400,542,00
DEN0,070,911,89
FIN0,250,691,81
VS0,430,361,95
BEL0,250,501,73
OESO0,310,421,62
FRA0,320,491,43
CHI0,330,141,64
EU150,260,481,35
NOO0,290,661,08
NED0,230,641,16
EU280,250,441,24
AUS0,300,581,00
VK0,140,411,13
CAN0,130,660,82
ITA0,210,330,75
IER0,050,300,83

Er is een groot verschil tussen de R&D-intensiteit van landen. Nederland zit met een percentage van 2,03 tussen het gemiddelde van EU-28 en EU-15, maar onder een aantal landen waarmee Nederland zich wil vergelijken. Na Zwitserland, voeren vooral Japan, Zweden en Oostenrijk de boventoon. Die verschillen gelden ook voor de R&D-intensiteit van de verschillende sectoren. De meeste landen hebben - vergeleken met Nederland - een hogere R&D-intensiteit bij de sector bedrijven. Bij het hoger onderwijs heeft Nederland een hogere R&D-intensiteit dan veel andere landen, uitgezonderd de Scandinavische landen, Zwitserland en Oostenrijk, die een hogere R&D-intensiteit hebben. Bij de publieke onderzoeksinstituten heeft Nederland een lagere R&D-intensiteit dan EU-28 en EU-15.

De meeste landen laten net als Nederland tussen 2015 en 2016 een stabiele R&D-intensiteit zien. Uitzonderingen zijn Finland en Japan, waar de intensiteit daalt.

OESO Brontabel als csv (471 bytes)