EU2020 strategie

Geachte bezoeker vanaf eind juni 2018 wordt de informatie van https://www.trendsinbeeldocw.nl getoond op OCW in cijfers. De informatie is alleen verplaatst .

In mei 2009 is door de Europese Onderwijs- Jeugd- en Cultuurraad een nieuwe set van gezamenlijke doelstellingen vastgesteld in het werkprogramma Onderwijs en Training 2020. Dit werkprogramma is in samenhang met de bredere EU-strategie voor ‘jobs and growth’ die een jaar later (maart 2010 ) door de Europese Raad werd gelanceerd. De voortgang  op de onderwijsdoelstellingen wordt gevolgd met onderstaande indicatoren.

EU2020 indicatoren

Voor onderwijs zijn er op europees niveau doelstellingen geformuleerd voor:  het voortijdig schoolverlaten, de deelname aan scholing door volwassenen, de geringe lees-, wiskunde- en natuurwetenschappelijke vaardigheden, het aandeel hoger opgeleiden tussen de 30 en 34 jaar, en het percentage kinderen van 4 jaar tot de leerplichtige leeftijd dat deelneemt aan vroegschoolse educatie. Voor deze indicatoren worden de ontwikkelingen hier getoond m.u.v. de deelname aan vroegschoolse educatie. Deze is immers, op basis van de internationaal gehanteerde definitie, in Nederland bijna 100% . De voortgang van de EU-landen op alle genoemde indicatoren is te vinden in de Education and Training Monitor van de EU.

Onderwijsstructuur per land

Het Nederlandse onderwijsstelsel wordt vergeleken met dat van verschillende EU-landen. Voor een goede  vergelijking tussen landen is het belangrijk rekening te houden met de nationale verschillen in onderwijsstructuur. In onderstaande figuur wordt de  onderwijsstructuur van Nederland  vergeleken met die van  enkele Europese referentielanden. De onderwijsstructuur is per EU-land te vinden in de Eurydice rapportage "The structure of the European Education Systems". Van links naar rechts is telkens een leeftijdsas getekend. Daarop wordt  voor elke leeftijdsjaar het aangewezen  onderwijsprogramma aangeven. De rode lijn markeert de (theoretische) periode van de leerplicht. De lichtroze lijn markeert die van de deeltijdleerplicht (tussentijdse uitstroom of zittenblijvers zijn buiten beschouwing gelaten). Voor het hoger onderwijs wordt geen leeftijdsas gegeven, maar een duur van het onderwijsprogramma.