Aandeel leerlingen dat blijft zitten & aandeel leerlingen dat op- en afstroomt in het VO

Doelstelling

In het Sectorakkoord VO is afgesproken dat het landelijk percentage zittenblijvers, dat in 2013 5,8 procent was, in 2020 zou zijn gedaald tot 3,8 procent.

Aandeel leerlingen dat blijft zitten

Aandeel leerlingen dat blijft zitten
PeriodeAandeel leerlingen dat blijft zittenAandeel leerlingen dat blijft zitten
20135,80%ambitie 5,8%
20145,50%ambitie 5,5%
20155,20%ambitie 5,2%
20165,20%ambitie 4,9%
20175,40%ambitie 4,7%
20185,70%ambitie 4,4%
20196,30%ambitie 4,1%
2020ambitie 3,8%

Welke beweging is zichtbaar

Nadat het percentage enkele jaren achtereen daalde, is er vanaf 2017 sprake geweest van een stijging van het aantal zittenblijvers tot aan met 6,03 procent in 2019. Sinds 2019 wordt het zittenblijfpercentage door DUO op een enigszins andere manier bepaald (namelijk zonder 'nieuwkomers' mee te nemen in de berekeningen). In de bovenstaande garfiek zijn de gecorrigeerde cijfers gepresenteerd.
Naar verwachting zal de initiële doelstelling (daling tot 3,8 procent in 2020) niet worden gehaal. Intussen kijken we echter anders aan tegen het fenomeen zittenblijven, en zien dit mede in relatie tot afstroom, doorstroom, basisschooladvisering en plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Afstroom en zittenblijven kunnen worden gezien als verschillende manieren om te compenseren voor een (nog) te hoog onderwijsniveau: het zijn communicerende vaten: zittenblijven kan een alternatief zijn om niet te hoeven afstromen. De stijging van het zittenblijfpercentage kan dus verklaard worden doordat een deel van de potentiële afstroom is ‘ondervangen’ door doubleren.
Juist ook op het gebied van zittenblijven is het jaar 2020 (de overgang van schooljaar 2019/2020 naar 2020/2021) een bijzonder jaar. Vanwege de maatregelen die getroffen zijn vanwege de coronacrisis, heeft veel onderwijs niet of alleen op afstand doorgang kunnen vinden. Daardoor  zijn veel scholen anders met zittenblijven omgegaan dan zij normaal zouden hebben gedaan. Wat dit voor het zittenblijfpercentage over 2020 zal betekenen zal in het volgende schooljaar blijken. 

Welke acties worden ondernomen

Waar het mogelijk is om dergelijke leerachterstanden tijdig te repareren – bijvoorbeeld via een lente- of zomerschoolprogramma of met andersoortig maatwerk – heeft dat uiteraard de voorkeur. Op een lente- of zomerschool kunnen leerlingen gedurende de mei- of zomervakantie een intensief programma volgen om achterstanden op één of twee vakken weg te werken. Daarom stelt de Minister van OCW sinds 2015 jaarlijks een bedrag van € 9 miljoen beschikbaar voor het voorkomen van zittenblijven in het vo middels het inrichten van lente- en zomerscholen. Deze middelen zijn van 2015 tot en met 2020 via een subsidieregeling beschikbaar gesteld aan scholen die een dergelijk programma wilden aanbieden. Deze subsidieregeling is de afgelopen jaren goed gebruikt. Zo zijn ook het afgelopen jaar weer zo'n 19.000 leerlingen  in de gelegenheid gesteld om een lente- of zomerschoolprogramma te volgen om te voorkomen dat zij zouden blijven zitten.
Vanaf 2020 blijft de € 9 miljoen voor de huidige subsidieregeling lente- en zomerscholen voor de komende twee jaar beschikbaar. Omdat zomerscholen aanzienlijk effectiever zijn bij het verminderen van zittenblijvers worden vanaf 2020 enkel subsidies verleend voor het organiseren van zomerscholen. Ook komen andere interventies binnen de sector om zittenblijvers te verminderen in aanmerking voor subsidie.

Bron: DUO Brontabel als csv (278 bytes)
Aandeel leerlingen dat op- en afstroomt in het vo
Periodeopstroomafstroom
20134,70%3,50%
20144,80%3,20%
20154,90%2,90%
20164,80%2,90%
20174,80%2,80%
20184,40%3,10%

Welke beweging is zichtbaar

Nadat het percentage enkele jaren achtereen daalde, is er vanaf 2017 sprake geweest van een stijging van het aantal zittenblijvers tot aan met 6,03 procent in 2019. Sinds 2019 wordt het zittenblijfpercentage door DUO op een enigszins andere manier bepaald (namelijk zonder 'nieuwkomers' mee te nemen in de berekeningen). In de bovenstaande garfiek zijn de gecorrigeerde cijfers gepresenteerd.
Naar verwachting zal de initiële doelstelling (daling tot 3,8 procent in 2020) niet worden gehaal. Intussen kijken we echter anders aan tegen het fenomeen zittenblijven, en zien dit mede in relatie tot afstroom, doorstroom, basisschooladvisering en plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Afstroom en zittenblijven kunnen worden gezien als verschillende manieren om te compenseren voor een (nog) te hoog onderwijsniveau: het zijn communicerende vaten: zittenblijven kan een alternatief zijn om niet te hoeven afstromen. De stijging van het zittenblijfpercentage kan dus verklaard worden doordat een deel van de potentiële afstroom is ‘ondervangen’ door doubleren.
Juist ook op het gebied van zittenblijven is het jaar 2020 (de overgang van schooljaar 2019/2020 naar 2020/2021) een bijzonder jaar. Vanwege de maatregelen die getroffen zijn vanwege de coronacrisis, heeft veel onderwijs niet of alleen op afstand doorgang kunnen vinden. Daardoor  zijn veel scholen anders met zittenblijven omgegaan dan zij normaal zouden hebben gedaan. Wat dit voor het zittenblijfpercentage over 2020 zal betekenen zal in het volgende schooljaar blijken. 

Welke acties worden ondernomen

Waar het mogelijk is om dergelijke leerachterstanden tijdig te repareren – bijvoorbeeld via een lente- of zomerschoolprogramma of met andersoortig maatwerk – heeft dat uiteraard de voorkeur. Op een lente- of zomerschool kunnen leerlingen gedurende de mei- of zomervakantie een intensief programma volgen om achterstanden op één of twee vakken weg te werken. Daarom stelt de Minister van OCW sinds 2015 jaarlijks een bedrag van € 9 miljoen beschikbaar voor het voorkomen van zittenblijven in het vo middels het inrichten van lente- en zomerscholen. Deze middelen zijn van 2015 tot en met 2020 via een subsidieregeling beschikbaar gesteld aan scholen die een dergelijk programma wilden aanbieden. Deze subsidieregeling is de afgelopen jaren goed gebruikt. Zo zijn ook het afgelopen jaar weer zo'n 19.000 leerlingen  in de gelegenheid gesteld om een lente- of zomerschoolprogramma te volgen om te voorkomen dat zij zouden blijven zitten.
Vanaf 2020 blijft de € 9 miljoen voor de huidige subsidieregeling lente- en zomerscholen voor de komende twee jaar beschikbaar. Omdat zomerscholen aanzienlijk effectiever zijn bij het verminderen van zittenblijvers worden vanaf 2020 enkel subsidies verleend voor het organiseren van zomerscholen. Ook komen andere interventies binnen de sector om zittenblijvers te verminderen in aanmerking voor subsidie.

Bron: DUO Brontabel als csv (135 bytes)