Benutting mogelijkheden ICT en eigentijdse leermiddelen

Doelstelling

Scholen benutten - in aansluiting op hun curriculum - de mogelijkheden van ICT en eigentijdse leermiddelen optimaal voor hun onderwijs.

Welke beweging is zichtbaar

Uit de meest recente Vier in balans-monitor (2017)2 blijkt dat een ruime meerderheid van de ondervraagde leraren in het po, vo en mbo gebruikt maakt van meerdere ICT-toepassingen bij voorbereiden of geven van lessen. In de monitor worden dpo, vo en mbo leraren onderscheiden: kopgroep (25 procent), peloton (50 procent) en staartgroep (25 procent). Leraren die behoren tot de kopgroep benutten in hun werk dertien à veertien verschillende ICT-toepassingen. Leraren in het peloton werken met zes à zeven verschillende ICT-toepassingen. Het gebruik van ICT bij leraren in de staartgroep is meestal beperkt tot het digibord.
Op basis van de Leermiddelenmonitor 17/18 van SLO3 kunnen we specifieker kijken naar het gebruik van verschillende soorten digitale leermiddelen in het po en vo. In het vo gebruikt 55 procent van de leraren voornamelijk papieren leermiddelen aangevuld met digitaal materiaal. Daarnaast gebruikt ruim 20 procent ongeveer de helft van de tijd digitale leermiddelen en ruim 15 procent voornamelijk digitale leermiddelen. Slechts een klein deel werkt alleen nog op papier. Zowel leraren als schoolleiders uit het vo zijn het er (helemaal) mee eens dat het gebruik van digitale leermiddelen niet meer is weg te denken (leraren 85 procent, schoolleiders 96 procent). Door de corona-crisis is het gebruik van digitale leermiddelen vermoedelijk enorm gestegen. Kennisnet voert momenteel een monitor naar hybride onderwijs uit waarin specifiek wordt gevraagd naar de inzet van digitale leermiddelen. Begin volgend jaar verwachten wij deze resulaten. 

2 Kennisnet, Vier in balans-monitor, 2017.
3  https://www.slo.nl/leermiddelenmonitor

Welke acties worden ondernomen

1. Digitaliseringsagenda po/vo
Een belangrijk speerpunt in de Digitaliseringsagenda Primair en Voortgezet onderwijs4 is: “digitale leermiddelen werken voor de gebruiker”. Hiervoor zijn de volgende activiteiten afgesproken:

  • Door samen te werken met scholen worden praktijkvoorbeelden ontwikkeld voor een keuzeproces dat leidt tot een leermiddelenbeleid en leermiddelenkeuze dat aansluit op de onderwijsvisie van de school;
  • In een publiek-private samenwerking wordt door uitgevers, distributeurs en softwareleveranciers samen met het onderwijs gewerkt aan een toekomstbestendige leermiddelenketen waarin leerlingen en docenten de leermiddelen kunnen vinden die passen bij hun leerdoelen, en die toegankelijk is voor nieuwe ontwikkelingen en spelers zodat innovatie wordt bevorderd.
  • Een open en toegankelijke leermiddelenmarkt is van belang voor een gezonde marktwerking. De ontwikkelingen op de leermiddelenmarkt, in de context van internationalisering en nieuwe toetreders, worden in kaart gebracht en gevolgd.
  • Aanbod en vraag van scholen t.a.v. open leermateriaal wordt beter op elkaar afgestemd.
  • Schoolbesturen werken samen,  in de coöperatie SIVON, om het aanbod van de leermiddelenmarkt beter te laten aansluiten bij hun vraag.

2. SIVON

Het vormgeven van de samenwerking tussen schoolbesturen bij het uitwisselen van kennis en het centraal inkopen van ICT-producten en -diensten is een belangrijk onderdeel van de digitaliseringsagenda. Hiermee bouwen de schoolbesturen voort op de succesvolle samenwerking in het Doorbraakproject Onderwijs & ICT.
In juni 2020 zijn 133 schoolbesturen lid van SIVON, waarvan 77 vo besturen en 17 combinatie besturen (po/vo). Deze besturen geven onderwijs aan meer dan 45 procent van de leerlingen in het vo. De PO-Raad, de VO-raad, SIVON en OCW hebben nadere afspraken gemaakt om de verdere groei van het lidmaatschap van SIVON, en het gebruik van de nieuwe voorziening voor veilig internet, de komende jaren met raad en daad te ondersteunen.

4 Kamerstuk 2018-2019, 32034, nr. 31