Voortijdig schoolverlaters

Nederland en ook Europa zetten in op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. EU-streven was dat in 2020 maximaal 10% van de 18- tot 25-jarigen het onderwijs voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, heeft verlaten. Voor Nederland was de nationale doelstelling 8%. Jonge vrouwen in Nederland voldoen al jaren aan beide doelstellingen.

Het kengetal voortijdig schoolverlaters, de Europese indicator early leaving from education and training, gaat over jongeren van 18 tot 25 jaar, exclusief de jongeren die onderwijs volgen.

De cijfers over voortijdig schoolverlaten worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de Enquête Beroepsbevolking (EBB).

Voortijdig schoolverlaters m/v

Voortijdig schoolverlaters m/v Jongeren van 18 tot 25 jaar (exclusief onderwijsvolgenden), in procenten
MannenTotaalVrouwen
201012,19,87,6
201111,09,17,1
201210,48,87,1
2013*10,99,07,1
2014**10,58,76,8
20159,98,16,4
201610,17,95,8
20179,47,04,6
20189,27,35,3
20199,47,55,5
20208,77,05,3

* Gewijzigde vraagstelling voor Nederland. 
** Vanaf 2014 wordt aan de hand van de ISCED 2011 bepaald of iemand beschikt over een startkwalificatie. In de voorgaande jaren is dat de ISCED 1997.

Het aandeel voortijdig schoolverlaters is onder jonge mannen groter dan onder jonge vrouwen. In 2020 beschikte 8,7% van de niet-onderwijsvolgende mannen van 18 tot 25 jaar in Nederland niet over een startkwalificatie, onder jonge vrouwen was dat 5,3%. Het verschil tussen jonge mannen en jonge vrouwen is met 3,4 %-punt iets kleiner dan gemiddeld in de 27 landen van de Europese Unie (3,8 %-punt: 11,8% voortijdig schoolverlaters onder mannen en 8,0% onder vrouwen). Het aandeel voortijdig schoolverlaters is zowel onder vrouwen als onder mannen al sinds 2010 aan een dalende trend bezig.

CBS (EBB)-Eurostat Brontabel als csv (231 bytes)