Keuze voor onderwijsrichting

Van oudsher kiezen meisjes en jongens in het onderwijs vaak voor andere richtingen. Meisjes kiezen vooral voor opleidingen in de zorg en het onderwijs en voor sociaal-culturele richtingen. Jongens kiezen veel vaker voor natuur en techniek. Het verschil tussen jongens en meisjes is sinds 2005-2006 wel minder groot geworden.

In de segregatie-index voor keuze van onderwijsrichting wordt het verschil in studiekeuze tussen meisjes en jongens uitgedrukt in het aantal leerlingen dat van onderwijsrichting zou moeten veranderen om tot een 50-50 verdeling van jongens en meisjes te komen.

In de eerste grafiek wordt de segregatie-index voor keuze van onderwijsrichting getoond voor een reeks van jaren en onderscheiden naar onderwijssoort. In de twee gerelateerde figuren wordt ingezoomd op de keuze voor respectievelijk bèta-techniek door meisjes en zorg door jongens.

Segregatie-index voor keuze van onderwijsrichting

Segregatie-index voor keuze van onderwijsrichting Percentage van de onderwijsvolgenden dat van onderwijsrichting zou moeten veranderen om een gelijke verdeling van meisjes en jongens te krijgen
vmbo3,4havo4,5vwo5,6mbo1e jaars hbo1e jaars wo
2005-200625,520,117,022,718,59,5
2006-200725,119,616,722,418,29,4
2007-200824,717,516,322,417,78,8
2008-200924,415,114,522,217,49,1
2009-201023,714,312,121,716,78,5
2010-201122,613,611,721,516,68,5
2011-2012 1)22,113,011,221,516,18,8
2012-201321,312,211,121,416,18,9
2013-201420,812,110,921,115,99,3
2014-201519,711,810,620,616,39,7
2015-2016 2)18,911,310,220,117,212,6
2016-201718,411,410,320,017,012,3
2017-201817,911,310,220,217,212,4
2018-2019*17,911,510,520,517,412,4

In 2018-2019 bedroeg de segregatie-index voor onderwijsrichting in het vmbo 17,9 en in het mbo 20,5. Dat wil zeggen dat ongeveer een op de vijf leerlingen (20%) van richting zou moeten veranderen om een gelijke verdeling tussen vrouwen en mannen te krijgen. Het mbo en het vmbo zijn samen met het hbo de onderwijssoorten waar de verschillen in richtingkeuze het grootst zijn. In het vwo is de segregatie met 10,5 (%) het kleinst. In vergelijking met 2005-2006 is het verschil in richtingkeuze in bijna alle onderscheiden onderwijssoorten en -niveaus afgenomen. Na 2015-2016 bleef de segregatie vrijwel gelijk; alleen bij het vmbo nam deze nog verder af. Doordat in hbo en wo per 2015-2016 een nieuwe indeling naar richting is gebruikt, is daar een trendbreuk te zien. De invoering van de vernieuwde tweede fase in havo en vwo (vanaf 2007-2008) zorgde in die onderwijssoorten voor een versnelde afname van de segregatie.

De cijfers over 2018-2019 zijn voorlopig.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (625 bytes)
Aandeel vrouwen in bèta-techniek in procenten
Havo-4,5 NT-profiel (incl.combinaties)Vwo-5,6 NT-profiel (incl.combinaties)Vmbo-3,4 (excl.tl) Sector TechniekMbo Sector TechniekHbo Wis-, natuurkunde, ICT en Techniek, 1e jaarsWo Wis-, natuurkunde, ICT en Techniek, 1e jaars
2005-200610,518,66,012,711,722,6
2006-200710,919,26,813,812,524,1
2007-200815,320,15,914,513,926,5
2008-200920,730,96,515,015,126,2
2009-201021,637,97,116,015,727,6
2010-201122,038,07,416,917,029,0
2011-2012 1)23,738,26,915,717,528,2
2012-201325,337,87,016,818,428,2
2013-201426,037,67,917,919,628,8
2014-201527,239,27,919,720,328,6
2015-2016 2)28,740,18,320,718,733,7
2016-201729,140,79,119,819,536,0
2017-201830,242,39,619,418,736,2
2018-2019*30,242,59,819,019,437,1

Binnen alle onderwijssoorten zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de bètarichtingen (Techniek, ICT en Wis-/natuurkunde). In 2018-2019 varieerde het aandeel vrouwen van nog geen 10% binnen de sector Techniek in het vmbo tot ruim 40% van de vwo-leerlingen met een NT-profiel (Natuur & Techniek). Wel is het aandeel meisjes dat voor bèta kiest toegenomen. Na de invoering van de vernieuwde tweede fase in havo en vwo (2007-2008) steeg daar het percentage meisjes met een NT-profiel in één keer aanzienlijk, maar ook daarna groeide dit aandeel. In het hbo nam het aandeel vrouwen in de bètarichtingen Wiskunde, Natuurwetenschappen, Informatica, Techniek, Industrie en Bouwkunde tot 2014-2015 gestaag toe. Na 2015-2016 stagneerde de groei enigszins. In het wo steeg vanaf 2015-2016 het aandeel vrouwen in deze studies.

De cijfers over 2018-2019 zijn voorlopig.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (798 bytes)
Aandeel mannen in zorgstudies in procenten
Vmbo-3,4 (excl.tl) Sector Zorg en WelzijnMbo Sector Zorg en WelzijnHbo Gezondheidszorg en Welzijn, 1e jaarsWo Gezondheidszorg en Welzijn, 1e jaars
2005-200615,016,821,336,1
2006-200716,317,721,034,7
2007-200814,417,820,735,5
2008-200912,617,619,835,7
2009-201011,718,021,035,8
2010-201111,918,821,535,0
2011-201211,319,022,335,6
2012-201311,719,322,035,0
2013-201411,519,721,434,7
2014-201511,920,021,133,8
2015-2016 1)12,220,320,330,1
2016-201713,320,820,528,9
2017-201815,121,219,928,6
2018-2019*16,121,420,427,3

Jongens en mannen zijn flink ondervertegenwoordigd in de zorgopleidingen. Met 16% jongens binnen de sector Zorg&Welzijn is dit het laagst in het vmbo. En met 27% mannen in de ISCED-hoofdrichting 'Gezondheidszorg&Welzijn' is dit het hoogst in het wo. In het mbo is het aandeel mannen in zorgopleidingen sinds 2005-2006 gestaag toegenomen en ook in het vmbo is hun aandeel sinds 2014-2015 weer gegroeid. Anders is dat in het hbo en wo: daar kozen mannen van 2012-2013 tot en met 2014-2015 steeds minder vaak voor een opleiding in de sector Zorg&Welzijn. Ook na 2015-2016 was er in het wo sprake van een daling, terwijl het aandeel mannen in een zorgopleiding in het hbo stabiel bleef.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (590 bytes)