De arbeidsmarktpositie van gediplomeerde schoolverlaters uit mbo, hbo en wo wordt op drie peilmomenten weergegeven: direct na het verlaten van het onderwijs en één en twee jaar later.

In de eerste figuur wordt van de gediplomeerde schoolverlaters uit het mbo op elk peilmoment het percentage met betaald werk getoond. Daarbij zijn de schoolverlaters die toen of eerder weer in het onderwijs zijn teruggekeerd en zij die op dat moment niet meer stonden ingeschreven in het bevolkingsregister (BRP) buiten beschouwing gelaten.

In de tweede figuur wordt van de werkenden onder de schoolverlaters het aandeel met een baan van 35 uur of meer getoond. Voor de gegevens van hbo en wo, zie onder 'Gerelateerde grafieken'.

Gediplomeerde mbo schoolverlaters uit 2012-2013 met betaald werk bol-voltijd en bbl; in procenten
vrouwenmannen
oktober 20138586
oktober 20148890
oktober 20158791

Bijna 85 duizend bol-voltijd of bbl-deelnemers verlieten na het schooljaar 2012/'13 het onderwijs met een mbo-diploma. Van hen had 86% in oktober van het volgende schooljaar betaald werk als werknemer of zelfstandige. Een en twee jaar later was een deel (9-13%) van deze oorspronkelijke schoolverlaters weer teruggekeerd in het onderwijs; vrouwen en mannen ongeveer even vaak. Van de schoolverlaters met een mbo-diploma die een en twee jaar later niet weer teruggekeerd waren in het onderwijs én nog stonden ingeschreven in het bevolkingsregister had 89% werk. De  verschillen tussen vrouwen en mannen zijn aanvankelijk niet groot, maar nemen met de jaren wel wat toe. Mannen hebben iets vaker dan vrouwen betaald werk.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)
Gediplomeerde hbo-bachelor schoolverlaters uit 2012-2013 met betaald werk exclusief deeltijdopleidingen, in procenten
vrouwenmannen
oktober 20138583
oktober 20149191
oktober 20159294

Van de ruim 40 duizend hbo-bachelors die in het studiejaar 2012/'13 afstudeerden en in oktober 2013 nog in Nederland waren ingeschreven, had 84% werk als werknemer of zelfstandige; vrouwen iets vaker dan mannen. Een en twee jaar later was een deel (5-11%) van deze groep weer teruggekeerd in het onderwijs, bijvoorbeeld in een masterstudie. Van diegenen die in de tussentijd geen (bekostigd) onderwijs meer volgden en nog wel in Nederland stonden ingeschreven, had een jaar later 91% en twee jaar later 93% werk. De verschillen in aandeel werk tussen vrouwen en mannen zijn niet groot. De lichte voorsprong van vrouwen ten opzichte van mannen direct na schoolverlaten is twee jaar later omgebogen in een lichte voorsprong van de mannen. Wel is de populatie vrouwen op elk peilmoment veel groter dan die van de mannen.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)
Gediplomeerde wo-master schoolverlaters uit 2012-2013 met betaald werk exclusief deeltijdopleidingen; in procenten
vrouwenmannen
oktober 20137575
oktober 20148989
oktober 20159292

Van de ongeveer 25 duizend wo-masters die in het studiejaar 2012/'13 afstudeerden en in oktober 2013 nog in Nederland waren ingeschreven, had 75% werk als werknemer of zelfstandige. Een en twee jaar later was maar een klein deel (1-2%) van deze groep weer teruggekeerd in het onderwijs. Van diegenen die in de tussentijd geen (bekostigd) onderwijs meer volgden en nog wel in Nederland stonden ingeschreven, had een jaar later 89% en twee jaar later 92% werk. De aandelen met werk zijn voor vrouwen en mannen op elk peilmoment gelijk. Wel is de populatie vrouwen steeds wat groter dan die van de mannen.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)
Gediplomeerde mbo schoolverlaters uit 2012-2013 met een baan van 35 uur of meer per week bol-voltijd en bbl; in procenten van het totaal aantal mbo-gediplomeerde schoolverlaters dat werkzaam is
vrouwenmannen
oktober 20133063
oktober 20143774
oktober 20153977

In Nederland werken vrouwen vaak in deeltijd en dat is ook te zien onder de mbo-schoolverlaters; dit is ongunstig voor de economische zelfstandigheid van vrouwen. Direct nadat ze in 2013 met een mbo-diploma het onderwijs verlieten, had maar 30% van de werkzame vrouwen betaald werk voor 35 uur of meer per week, tegen 63% van de werkzame mannen. Dit aandeel nam in de loop der jaren voor beide groepen toe, maar het verschil tussen vrouwen en mannen bleef groot. Twee jaar nadat ze met een mbo-diploma van school kwamen, werkte nog steeds maar 39% van de werkzame vrouwen 35 uur of meer per week; bij de mannen was dat inmiddels 77%.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)
Gediplomeerde hbo-bachelor schoolverlaters uit 2012-2013 met een baan van 35 uur of meer per week exclusief deeltijdopleidingen; in procenten van het totaal aantal hbo-bachelor schoolverlaters dat werkzaam is
vrouwenmannen
oktober 20133150
oktober 20145374
oktober 20156181

In het aandeel werkzame personen dat 35 uur of meer werkt per week, zijn onder de afgestudeerden met een hbo-bachelor grote verschillen tussen vrouwen en mannen te constateren. Toch zijn deze verschillen minder groot dan onder de mbo-gediplomeerde schoolverlaters. Direct na afstuderen in 2013 heeft maar 31% van de werkzame vrouwelijke hbo-bachelors een dienstverband van 35 uur of meer per week. Twee jaar later is dat opgelopen tot 61%. Bij de mannen bedragen deze aandelen 50% en 81%.

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)
Gediplomeerde wo-master schoolverlaters uit 2012-2013 met een baan van 35 uur of meer per week exclusief deeltijdopleidingen; in procenten van het totaal aantal wo-master schoolverlaters dat werkzaam is
vrouwenmannen
oktober 20134560
oktober 20147083
oktober 20157788

Van de wo-masters die in het studiejaar 2012/'13 het onderwijs verlieten en in oktober 2013 werkzaam waren, werkte 45% van de vrouwen en 60% van de mannen 35 uur of meer per week. Deze aandelen werden groter naarmate de tijd verstreek. Twee jaar na het behalen van de master was 77% van de werkzame vrouwen en 88% van de werkzame mannen werkzaam voor 35 uur of meer per week. Tussen de met een master afgestudeerde vrouwen en mannnen zijn de verschillen aanzienlijk, maar minder groot dan onder de werkzame schoolverlaters met een hbo-bachelor of mbo-diploma.       

CBS (Onderwijsstatistieken) Brontabel als csv (77 bytes)