Economische zelfstandigheid

Economische zelfstandigheid wil zeggen dat iemand door inkomen uit werk in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Iemand is economisch zelfstandig wanneer hij of zij minstens 70% van het netto minimumloon verdient.

Op deze site zijn gegevens beschikbaar over de economische zelfstandigheid van vrouwen versus mannen uitgesplitst naar migratieachtergrond.

Economische zelfstandigheid naar geslacht van personen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren/studenten)

Economische zelfstandigheid naar geslacht van personen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren/studenten) in procenten van het totaal van de groep
VrouwenMannen
201156,578,9
201256,878,2
201356,777,3
201457,177,5
201557,978,2
201659,379,0
201760,779,7
201862,580,8
2019 (voorlopig)63,881,1

Al een aantal jaren stijgt het aandeel vrouwen tussen 15 jaar en de AOW-leeftijd, uitgezonderd scholieren en studenten, dat netto minstens het bijstandsniveau (990 euro per maand in 2019) verdient. Deze groeiende economische zelfstandigheid is in lijn met een belangrijke doelstelling van het emancipatiebeleid. Tussen 2011 en 2019 steeg dat aandeel van 56,5% naar 63,8%. Die stijging speelde vanaf 2014 na de economische crisis. Ook bij mannen was toen sprake van een toename, al was die minder sterk.

CBS (Inkomensstatistiek) Brontabel als csv (175 bytes)
Economische zelfstandigheid van vrouwen (15 jaar tot AOW-leeftijd), naar migratieachtergrond in procenten van het totaal van de groep (excl. scholieren/studenten)
NederlandsNiet-westers, 2e generatieNiet-westers, 1e generatie
201159,059,836,1
201259,658,135,3
201359,856,034,5
201460,455,134,0
201561,355,734,2
201662,957,634,8
201764,460,135,7
201866,162,937,5
2019 (voorlopig)67,564,638,9

Onder vrouwen met een Nederlandse achtergrond was in 2019 het aandeel econonomisch zelfstandigen 67,5%. Bij vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond was dat met 46,0% een stuk minder. Terwijl de economische zelfstandigheid onder vrouwen van Nederlandse herkomst sinds 2011 voortdurend toenam, daalde die aanvankelijk onder vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond. Pas sinds 2014 stijgt ook bij deze vrouwen de economische zelfstandigheid weer. Het verschil is echter nog altijd groter dan in 2011. Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond die in Nederland zijn geboren (tweede generatie) zijn in 2019 met 64,6% veel vaker economisch zelfstandig dan vrouwen met zo'n achtergrond die niet in Nederland zijn geboren (eerste generatie: 38,9%) en bijna net zo vaak als vrouwen met een Nederlandse achtergrond. 

CBS Brontabel als csv (268 bytes)