Economische zelfstandigheid

Economische zelfstandigheid wil zeggen dat iemand door een arbeidsinkomen in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Iemand is economisch zelfstandig wanneer hij of zij minstens 70% van het netto minimumloon verdient.

Er zijn gegevens beschikbaar over de economische zelfstandigheid van vrouwen versus mannen uitgesplitst naar herkomstgroepering.

Economische zelfstandigheid naar geslacht van personen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren/studenten)

Economische zelfstandigheid naar geslacht van personen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren/studenten) in procenten van het totaal van de groep
VrouwenMannen
201156,578,9
201256,878,2
201356,777,3
201457,177,5
201557,978,2
201659,379,0
201760,779,7
2018 (voorlopig)62,380,5

In 2018 kon ruim 62% van de vrouwen tussen 15 jaar en de AOW-leeftijd zichzelf financieel onderhouden; hierbij zijn de jongeren die nog een opleiding volgden buiten beschouwing gelaten. De overige 38% had een uitkering, een baan die te weinig inkomen opleverde om van te kunnen leven of helemaal geen eigen inkomen. Met ruim 80% zijn mannen vaker economisch zelfstandig dan vrouwen. Wel is het verschil steeds kleiner geworden. Dat komt vooral doordat mannen meer geraakt werden door de economische crisis. Zij werken vaker dan vrouwen in sectoren die gevoelig zijn voor conjunctuur. Tussen 2011 en 2013 daalde de economische zelfstandigheid onder de mannen. Deze cijfers liepen gelijk op met de stijgende werkloosheid. Vanaf 2014 nam de werkloosheid af en de economische zelfstandigheid weer toe, ook onder vrouwen. De stijging onder vrouwen komt ook doordat ze steeds vaker meer (uren) werken.

CBS (Inkomensstatistiek) Brontabel als csv (159 bytes)
Economische zelfstandigheid van vrouwen (15 jaar tot AOW-leeftijd), naar migratieachtergrond in procenten van het totaal van de groep (excl. scholieren/studenten)
NederlandsNiet-westers, 2e generatieNiet-westers, 1e generatie
201159,059,836,1
201259,658,135,3
201359,856,034,5
201460,455,134,0
201561,355,734,2
201662,957,634,8
201764,460,135,7
2018 (voorlopig)66,062,537,2

Onder vrouwen met een Nederlandse achtergrond was in 2018 het aandeel econonomisch zelfstandigen 66%. Bij vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond was dat met 44% een stuk minder. Terwijl de economische zelfstandigheid onder vrouwen van Nederlandse herkomst sinds 2011 voortdurend toenam, daalde die aanvankelijk onder vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond. Pas sinds 2014 stijgt ook bij deze vrouwen de economische zelfstandigheid weer. Het verschil is echter nog altijd groter dan in 2011. Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond die in Nederland zijn geboren (tweede generatie) zijn in 2018 met 62,5% veel vaker economisch zelfstandig dan vrouwen met zo'n achtergrond die niet in Nederland zijn geboren (eerste generatie: 37,2%) en bijna net zo vaak als vrouwen met een Nederlandse achtergrond.

CBS Brontabel als csv (247 bytes)