Economische zelfstandigheid wil zeggen dat iemand door een arbeidsinkomen in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Iemand is economisch zelfstandig wanneer hij of zij minstens 70% van het netto minimumloon verdient.

Er zijn gegevens beschikbaar over de economische zelfstandigheid van vrouwen versus mannen in verschillende leeftijdsgroepen en van vrouwen uitgesplitst naar herkomstgroepering.

Economische zelfstandigheid naar geslacht en leeftijd (excl. scholieren/studenten) in procenten van het totaal van de groep
Vrouwen, 15 tot AOW-leeftijdVrouwen, 25-34 jaarMannen, 15 tot AOW-leeftijdMannen, 25-34 jaar
201156,570,078,984,7
201256,869,478,283,3
201356,768,477,381,8
201457,168,077,581,6
201557,968,478,282,3
2016 (voorlopig)59,169,478,782,7

In 2016 kon bijna 6 op de 10 vrouwen tussen 15 jaar en de AOW-leeftijd zichzelf financieel onderhouden; hierbij zijn de jongeren die nog een opleiding volgden buiten beschouwing gelaten. Van de Nederlandse vrouwen van 25 tot 35 jaar is inmiddels meer dan twee derde economisch zelfstandig. Mannen zijn, ook in de leeftijd van 25 tot 35 jaar, vaker economisch zelfstandig dan vrouwen. Wel is het verschil steeds kleiner geworden. Dat komt vanaf 2011 vooral doordat mannen meer geraakt werden door de economische crisis en steeds minder vaak economisch zelfstandig werden. Tussen 2011 en 2014 daalt de economische zelfstandigheid onder 25- tot 34-jarigen. Deze cijfers lopen gelijk op met de stijgende werkloosheid onder die leeftijdsgroep. Vanaf 2015 neemt de werkloosheid af en de economische zelfstandigheid weer toe.

In 2016 heeft het CBS de inkomenscijfers gereviseerd (2011-2016), deze zijn nu gebaseerd op integrale waarneming. De cijfers voor 2016 zijn voorlopig.

CBS (Inkomensstatistiek) Brontabel als csv (267 bytes)
Economische zelfstandigheid van vrouwen (15 jaar tot AOW-leeftijd), naar land van herkomst in procenten van het totaal van de groep (excl. scholieren/studenten)
Nederlandse achtergrondTurkijeMarokkoSurinameAntillen, Aruba
201159,030,330,460,355,7
201259,629,929,859,154,5
201359,829,429,457,452,9
201460,429,529,356,552,1
201561,330,630,056,752,1
201662,732,531,657,453,0

Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn doorgaans minder vaak economisch zelfstandig dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond. In 2016 was van de vrouwen met een Surinaamse achtergrond van 15 jaar tot AOW-leeftijd (excl. scholieren/studenten) 57% economisch zelfstandig. Dat is weliswaar minder vaak dan vrouwen zonder migratieachtergrond (63%), maar onder vrouwen van Turkse en Marokkaanse herkomst zijn de percentages beduidend lager. Zij hebben naar verhouding ook de laagste arbeidsdeelname. 

De cijfers voor 2016 zijn voorlopig. Economische zelfstandigheid wil zeggen dat door een arbeidsinkomen in het eigen levensonderhoud kan worden voorzien. Iemand is economisch zelfstandig wanneer hij of zij minstens 70 procent van het netto minimumloon verdient.

CBS Brontabel als csv (253 bytes)