Het aantal bezoeken per jaar aan de huisarts geeft een indicatie over hoe gezond men zich voelt.

Vrouwen gaan vaker naar de huisarts dan mannen.

Aandeel personen dat eenmaal of vaker contact heeft gehad met de huisarts,naar leeftijd, 2015 in procenten
mannenvrouwen
0 jaar66,164,2
1-4 jaar82,580,5
5-9 jaar73,172,3
10-14 jaar66,368,1
15-19 jaar64,080,4
20-24 jaar58,979,8
25-29 jaar58,782,2
30-34 jaar61,585,3
35-39 jaar64,984,8
40-44 jaar66,982,9
45-49 jaar69,282,8
50-54 jaar72,084,9
55-59 jaar76,685,5
60-64 jaar81,287,0
65-69 jaar84,688,5
70-74 jaar88,190,7
75-79 jaar91,593,7
80-84 jaar94,595,1
85-89 jaar96,396,1
90 jaar en ouder96,694,8

In 2015 had 83,4% van de vrouwen ten minste eenmaal contact met de eigen huisarts. Gemiddeld hadden deze vrouwen 6,6 maal contact met de huisarts. Bij de mannen benaderde 72% ten minste eenmaal de eigen huisarts, en gemiddeld hadden deze mannen 5,0 contacten. Met name onder personen van 15 tot 65 jaar hebben vrouwen vaker minimaal één keer per jaar contact met de huisarts en ligt ook de bezoekfrequentie hoger. Boven de 65 jaar verschilt, onder personen die de huisarts bezoeken, alleen het aantal keren per jaar dat zij naar de huisarts gaan. Dit blijft onder vrouwen tot op hoge leeftijd circa 10% tot 20% meer dan het gemiddelde aantal contacten onder mannen.

NIVEL Zorgregistraties, CBS (StatLine) Brontabel als csv (455 bytes)

Zie ook