De Nederlandse publieke omroep (NPO) maakt programma’s voor alle Nederlanders. Een groot deel van de bevolking stemt dan ook regelmatig af op de NPO. Het percentage Nederlanders dat tijdens een week minstens 15 minuten aaneengesloten één of meerdere programma’s bekijkt, wordt het weekbereik genoemd.

De Stichting Kijkonderzoek (SKO) is als onafhankelijke organisatie verantwoordelijk voor de totstandkoming van de kijkcijfers. SKO monitort dagelijks nauwkeurig hoeveel  mensen er naar welk televisieprogramma kijken. De NPO bewerkt deze cijfers en rapporteert jaarlijks over bereik van haar zenders in de Jaarlijkse Terugblik. Hierbij hanteert de NPO een strengere norm voor bereik dan de SKO. Iemand moet minstens 15 minuten aaneengesloten een televisiezender bekijken voordat deze als ‘kijker’ wordt bestempeld. Bij de rapportages van SKO ligt deze grens op 1 minuut aaneengesloten kijken.

Het is voor SKO nog een uitdaging om uitgesteld kijken in het kijkonderzoek mee te nemen. Het uitgesteld kijken betreft het kijkgedrag naar televisiecontent op een ander moment dan deze werd uitgezonden door de zender. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld door een televisieprogramma te pauzeren of door het op te nemen met een harddisk-, dvd- of videorecorder. Ook kan een televisieprogramma, film, documentaire of serie “On Demand” via de settop-box worden opgevraagd. Met de opkomst van de smart TV, die direct in verbinding met het internet staat, is het ook mogelijk om een gemist programma terug te kijken via een applicatie op je televisie.

Sinds 2008 is het uitgesteld kijken tot en met 6 dagen na uitzending via het televisiescherm en via randapparaten in de kijkcijfers opgenomen. Sinds 2013 wordt ook het uitgesteld televisiekijken, waarbij een ander apparaat dan een digitale decoder, harddisk of Connected TV het signaal verzorgt, meegenomen in het uitgesteld kijken. Sinds 2015 wordt het uitgesteld kijken tot 28 dagen naar uitzending gemeten. Uitgesteld kijken op andere apparaten dan televisieschermen, zoals tablets, smartphones of laptops, worden momenteel nog niet structureel  gemeten. SKO heeft daartoe een aantal projecten opgezet die bij elkaar tot een nieuw online en offline kijkcijfer moeten leiden; het VideoTotaal.

Onderstaande grafiek geeft het gemiddeld weekbereik aan van de drie televisienetten van de NPO, evenals het gemiddeld weekbereik voor deze drie netten samen. 

Gemiddeld weekbereik televisienetten Nederlandse publieke omroep
NPO1NPO2NPO3Nederlandse publieke omroep
200975,80%48,10%57,60%85,00%
201077,30%49,40%55,70%86,10%
201175,10%47,70%54,70%84,80%
201275,40%47,90%54,00%84,30%
201372,20%45,80%54,60%82,50%
201473,60%44,80%50,00%82,40%
201569,70%42,60%47,10%79,30%
201668,60%41,00%42,00%77,70%

Het weekbereik (minstens 15 minuten aaneengesloten gekeken) van de NPO kwam in 2016 uit op 77,7%. Vanaf 2010 neemt het weekbereik ieder jaar iets af. Deze daling wordt deels verklaard doordat het huidige kijkonderzoek nog onvoldoende is afgestemd op de nog steeds toenemende digitalisering. Van de drie televisiezenders van de NPO heeft NPO 1 veruit het grootste weekbereik (in 2016 gemiddeld 68,6%). De relatief grote daling in het bereik van NPO 3 komt onder andere doordat de Champions League vanaf 2016 niet meer te zien was op deze zender. 

Tijdens 'even' jaren, ook wel evenementenjaren, zijn er grote populaire sportevenementen zoals de Olympische Spelen en het WK en EK voetbal. De populariteit van deze evenementen komt tot uiting in het enigszins fluctuerende bereik van de landelijke publieke zenders, met name NPO 1.

Terugblik NPO Brontabel als csv (317 bytes)