Rijksuitgaven aan cultuur

In 2016 besteedde de Rijksoverheid via de cultuurbegroting (OCW, artikel 14) 839 miljoen euro aan cultuur. Onderstaande figuren tonen de ontwikkeling van de uitgaven per sector tussen 2012 en 2016. Het betreft bruto uitgaven, ongecorrigeerd voor inflatie.

Ontwikkeling bruto rijksuitgaven aan cultuur 2012-2016

Ontwikkeling bruto rijksuitgaven aan cultuur 2012-2016 Index 2012=100
KunstenErfgoedFilmLetteren en bibliothekenCreatieve industrieArchievenCultuureducatie en amateurkunstOverigTotale uitgaven
2012100100100100100100100100100
201362888490107102909179
2014569012594104118916180
2015569812610299130935283
201659120128105981221026292

Tussen 2012 en 2013 nemen de totale uitgaven met 21 procent af. Deze daling is een direct gevolg van de bezuinigingen van het Kabinet-Rutte I.  De ontwikkeling van de uitgaven verschilt per sector. De uitgaven aan de kunsten dalen tussen 2012 en 2013 sterk, waarna deze stabiel blijven. Ook bij de film is er aanvankelijk sprake van een daling, maar vanaf 2014 stijgen de uitgaven alsnog door de extra 20 miljoen euro per jaar voor de cash rebate regeling . Verder is vanaf 2013 geïnvesteerd in de archiefsector via het Nationaal Archief. De aanzienlijke stijging binnen de erfgoedsector kan met name worden verklaard door begrotingstechnische wijzigingen en door de aankoop van twee portretten van Rembrandt samen met Frankrijk in 2016. Tussen 2015 en 2016 stijgen de uitgaven met bijna 82 miljoen euro.

In 2016 is eenmalig 10 miljoen euro vrijgemaakt voor instellingen en fondsen die deel uitmaken van de culturele basisinfrastructuur. Deze investering is in verschillende sectoren gebruikt om een impuls te geven aan festivals bij de cultuurfondsen, talentontwikkeling in de regio en cultuureducatie. Een meer gedetailleerde beschrijving van de uitgaven is te vinden in de jaarverslagen van OCW .

Jaarverslag OCW, begrotingsartikel 14 Brontabel als csv (410 bytes)
Ontwikkeling bruto rijksuitgaven aan cultuur 2012-2016 Bedragen in miljoenen euro's
KunstenErfgoedFilmLetteren en bibliothekenCreatieve industrieArchievenCultuureducatie en amateurkunstOverigTotale uitgaven
2012351,18286,5748,457,8922,6652,0856,2835,79910,84
2013217,92251,940,5952,3124,2253,1150,532,63723,18
2014197,03257,4460,2954,6523,6861,6650,9521,98727,67
2015197,5279,7760,8959,1322,4167,4952,1418,54757,86
2016206,45344,4262,160,7422,1163,7957,6222,25839,47

Bovenstaande figuur geeft per sector inzicht in de uitgaven aan cultuur via de cultuurbegroting van OCW. In 2016 wordt het grootste deel van uitgaven (41 procent) besteed aan het beheer en behoud van musea en de monumentenzorg. Als we de uitgaven corrigeren voor de aankoop
van de Rembrandts, zou het aandeel 35 procent zijn. Een kwart van de uitgaven aan cultuur ging naar de kunsten. Daaronder vallen de beeldende kunsten en de podiumkunsten.

Jaarverslag OCW, begrotingsartikel 14 Brontabel als csv (443 bytes)

Uitgaven aan cultuur buiten de cultuurbegroting

Naast de 839 miljoen euro die in 2016 via de cultuurbegroting aan cultuur wordt uitgegeven, zijn er uitgaven aan cultuur via andere onderdelen op de OCW-begroting of via andere departementen. Zo worden via de mediabegroting (OCW, artikel 15) instellingen gesubsidieerd die zowel raakvlak hebben met de Nederlandse omroepen als met het kunst- en erfgoedbeleid. Voorbeelden hiervan zijn het Muziekcentrum voor de Omroep en het Instituut voor Beeld en Geluid. Ook musea die door andere departementen worden gesubsidieerd en de uitgaven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor internationaal cultuurbeleid zijn niet meegenomen in het totaal.

De overheid ondersteunt de culturele en creatieve sector niet alleen direct via uitgaven, maar ook via fiscale- en garantieregelingen. De regeling aftrek voor kosten van monumentenwoningen, de Geefwet en het verlaagd BTW-tarief op cultuuruitingen zijn voorbeelden van fiscale regelingen. Exacte cijfers van het gebruik van deze fiscale regelingen zijn niet te geven, maar worden door het Ministerie van Financiën op ruim 900 miljoen geraamd. Bijzondere tentoonstellingen met bruiklenen uit het buitenland worden door de rijksoverheid ondersteund met de indemniteitsregeling . Deze regeling zorgt voor een korting op de verzekeringspremie en staat open voor alle musea in Nederland. De rijksoverheid draagt risico voor maximaal 300 miljoen euro per jaar in geval van calamiteiten. 

In onderstaande tabel is het budgettair belang dat door het Ministerie van Financiën  per fiscale regelingen weergegeven.

Budgettair belang per fiscale regeling (geen inflatiecorrectie toegepast) 2011-2017